 Ter Inspiratie: Vers voor de zondag
2 4 e Z O N D A G d o o r h e t j a a r / 1 2 s e p t e m b e r 2 0 1 0
Ziekenzondag
Ommekeer
Exegetische notities eerste lezing Exodus 32,7-11.13-14
In deze lezing is vers 12 weggelaten, terwijl dat eigenlijk een integraal onderdeel uitmaakt van deze perikoop. Dit is een verhaal dat vol staat van de dynamiek, van de passie en de emotie. Mozes is de berg opgegaan om God te ontmoeten, en heeft daar twee stenen tafelen meegekregen. Terwijl Mozes op de berg is, begint het volk te morren: het duurt hen te lang, ze weten niet waar ze aan toe zijn, of Mozes überhaupt ooit nog terugkomt van die berg en God lijkt ook onvindbaar. Daarom grijpen ze terug op afgoden, op duidelijke beelden, maken zij voor zichzelf een God. Dat is waar het om draait, waar het ook misgaat. Zij willen een God die ze kunnen zien, kunnen voelen, die ze tastbaar om zich heen hebben, die letterlijk en figuurlijk binnen handbereik en grijpbaar is. Terwijl de Ene dat nu juist niet is, althans niet op die manier. Op dit spannende moment begint onze perikoop: God heeft door dat het volk van die weg van vertouwen en overgave is afgeweken, en dat zij voor zichzelf een beeld maken. Daarom wil God Mozes naar beneden sturen, terug naar het volk. Tegelijk begint om datzelfde moment een dialoog met Mozes. God is het zat, hij wil hen in zijn brandende toorn vernietigen, en van Mozes een groot volk maken. Mozes gaat daar tegenin, hij wil de Heer zijn God gunstig stemmen, en draagt argumenten aan waarom het beter is dat God niet zijn toorn laat ontvlammen: God is het toch die ze uit Egypte heeft geleid? laat de Egyptenaren hem maar niet honen, dat het volk nu alsnog ten gronde gaat! God zou moeten denken aan zijn belofte aan Abraham, Izaak en Israël, aan wie Hij onder ede een groot aantal nakomelingen heeft beloofd, als sterren zo talrijk. Dat is het wonderlijke van de God van Israel: Het is geen verre, afstandelijke God, die autonoom zijn beslissingen neemt. De God van Israel heeft een band met zijn volk, een relatie met hen die wederkerig is. God spreekt en Mozes kan daar iets tegenin brengen, kan zelfs God op andere gedachten brengen met zijn argumenten. Daarvoor is God ook een emotionele God, die toornig kan zijn, woedend is, die zich iets aantrekt van de mensen om hem heen. Hij bekeert zich zelfs weer tot zijn volk, dat staat er in vers 14: ‘Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd’.
Exegetische notities tweede lezing 1 Timoteüs 1,12-17
Dit is een doorlopende lezing, waarvan elke zondag een stuk verder gelezen wordt. De schrijver schrijft aan Timoteüs, en begint met zijn bekeringsverhaal, en sluit daarmee mooi aan op de eerste en de derde lezing. Christus heeft hem vertrouwen geschonken, genade, en dat was voor hem de ommekeer. Van godslasteraar en vervolger vertrouwt hij nu op het geloof en de liefde die in Christus zijn, die Jezus zelf is. Voor hem is dat barmhartigheid, dat het mogelijk is dat hij zich kon bekeren, kon omkeren, zich vertrouwensvol kon wenden liefde en geloof.
Exegetische notities Evangelie Lucas 15,1-10
Midden in het reisverhaal van Jezus horen we vergelijkingen van Jezus. Hoofdstuk 14 is afgesloten met de oproep: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen’. Hoofdstuk 15 begint er daarom ook mee dat ‘alle tollenaars en zondaars naar Hem kwamen luisteren’.(vers 1) Het zijn de tollenaars en de zondaars die naar Jezus komen om te luisteren. De tollenaars en zondaars staan voor de mensen die op een of andere manier niet goed leven, die een ‘zonde’ begaan: door hun gedrag, hun woorden en handelen gaan ze in tegen de blijde boodschap, tegen de 10 geboden, tegen de oproep van liefde, recht en gerechtigheid voor alle mensen, voor deze wereld. Daarom ontstaat er een breuk met God, die de Liefde en Gerechtigheid zelf is. Juist deze mensen beantwoorden de oproep van Jezus, om te horen, te luisteren, naar wat hij te zeggen heeft. En zoals zo vaak in de evangeliën, zijn er ook mensen die leven zoals het hoort, maar daarom niet meer luisteren, horen naar waar het werkelijk om gaat. De rol van de farizeeën en schriftgeleerden wordt overigens genuanceerd beschreven: Zij worden weliswaar afgezet tegen de tollenaars en de zondaars die wel willen luisteren, tegelijk (in de gelijkenis van het verloren schaap) wordt er gesproken van een zondaar die zich bekeert, en over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. Het gaat erom dat de zondaars en tollenaars een bekering nodig hebben, en willen luisteren. Er zijn twee gelijkenissen, de eerste gaat over het verloren schaap, tegenover de 99 andere schapen die niet weglopen. De tweede gelijkenis gaat over de vrouw die tien drachmen heeft en er een van kwijtraakt. In beide gevallen wordt er gezegd dat het logisch is dat wij op zoek gaan naar dat ene schaap, en die ene drachme. Daar besteden we meer aandacht aan, dan aan die 99 schapen die zichzelf kunnen redden, en de 9 drachmen die binnen handbereik zijn. Zo werk het ook met God: die verheugt zich meer over de bekering van een zondaar, dan van de 99 rechtvaardigen die dat niet meer nodig hebben. De vraag is denk ik: Met wie in dit verhaal identificeren we ons? Horen wij, als kerkgangers, als gelovige mensen, tot die 99 schapen die al veilig binnen zijn, tot de 9 drachmen die binnen handbereik zijn? Zijn wij als dat ene schaap dat weggelopen is, als die ene drachme die kwijt is geraakt en waar God moeite voor doet om ons weer te vinden? Of zijn we als de man die zoekt naar het verloren schaap, naar de vrouw die op zoek gaat naar die drachme, als God die zich meer verheugt om de terugkeer van de zondaar, dan over de rechtvaardigen die al rechtvaardig zijn? Of is het zo dat het verhaal verschillende kanten van onszelf laat zien? Drie houdingen, manieren van in het leven staan? Drie aspecten waar we uit bestaan, die laten zien hoe we in elkaar zitten, hoe we ons verhouden tot God en tot de ander. En het is meer dan een constatering, het is een oproep om vreugdevol te zijn, hoe om ons te verheugen, over de ommekeer die wij mensen steeds opnieuw kunnen en moeten maken.
Themastelling
In alle drie de lezingen staat er een ommekeer, een bekering centraal. In de eerste lezing keert het volk zich van God af, en richt zich tot afgoden. Dat roept Gods toorn op, maar Hij laat zich bekeren, overhalen, omkeren om zijn beloften trouw te blijven, om te kiezen voor het leven van mensen. In de tweede lezing beschrijft de brievenschrijver, die zich Paulus noemt, over zijn ommekeer. Hij heeft barmhartigheid en genade ondervonden, en daardoor werd het voor hem mogelijk om te gaan vertrouwen op de Liefde. In de evangelielezing ten slotte worden we uitgedaagd om onze bekering, onze ommekeer, onze toewending tot God en tot elkaar vorm te geven. Die ziet er altijd weer anders uit, dan we zelf zouden kunnen denken. We zijn zowel het verloren schaap, als de 99 andere schapen en de schaapherder. Steeds opnieuw worden we opgeroepen om ons om te keren tot onszelf, tot elkaar, en tot God. Misschien kan ziekenzondag ons uitnodigen na te denken wat het nu voor ons betekent, het verlorene te zoeken, iemand te bezoeken en misschien méér gelukkig te maken dan wij zouden kunnen bedenken.
Suggesties
De verrassingsmaaltijd Verras de zieke en zijn of haar mantelzorger met een kant en klare maaltijd, afgestemd op voorkeur en dieet. Kondig het ruim van te voren aan als project van Ziekenzondag. Stuur op of na Ziekenzondag een kaart op waarop de verrassing aangekondigd wordt. Zorg dat er mooie kaarten met de tekst Verrassingsmaaltijd op Ziekenzondag klaar liggen. Maak een lijst van zieke of oude mensen met telefoonnummers en leg die lijsten neer bij de uitgang van de kerk. Laat de lijst voorafgaand aan Ziekenzondag of op de dag zelf na de viering rondgaan onder de aanwezige parochianen. Wie wil/kan kiest een naam uit, schrijft de kaart en maakt verder zelf de afspraken.
Een mooie tekst om voor te lezen of aan iemand op te sturen
Heb geduld met al wat onopgelost in uw hart woont En probeer de vragen zelf lief te hebben... Zoek niet naar de antwoorden, Zij worden u wellicht nu niet gegeven, Omdat u niet in staat zou zijn ze te leven. En waar het om gaat, is alles te leven. Leef de vragen nu.Misschien dat u, op een dag in de toekomst, Langzamerhand, zonder het zelfs te merken, Uw weg naar de antwoorden leeft.
Rainer Maria Rilke (1875-1926)
De bloemen, voor elke zieke een
Mochten er kinderen in de viering zijn, laat ze dan, wanneer ze hun eigen bijeenkomst hebben een mooie bloem plakken of vouwen van crêpepapier. De bloemen worden bevestigd op een dunne staaldraad. Wanneer de kinderen de kerk in komen dragen ze elk een bloem die symbool staat voor de zieke mensen in de parochie. De bloemen worden in een bak met zand gestoken terwijl de namen van de zieken worden genoemd. Na afloop kunnen de bloemen bij de zieken gebracht worden met een kaartje van de parochianen erbij. |
|

Werkgroep voor
Liturgie Heeswijk
Abdij van Berne
Postbus 60
5473 ZH Heeswijk
tel: 0413-299293
fax: 0413-299288
info@wlh.nl
|